Bespiegelingen op het Nederlandse zelfbeeld

14-02-2023

Essay door Emma van de Wouw

Wat voor de gemiddelde Nederlander erger is dan racist zijn, is racist genoemd worden. Elke keer als iemand hiervan beschuldigd wordt is de wereld te klein. Het is nooit waar. Iemand heeft het altijd verkeerd begrepen of verstaan, het was maar een grapje, of het was totaal niet de intentie van de beklaagde. Als we de gevallen waar mensen racisme ervaren tegenover de gevallen zetten waarbij iemand ronduit toegeeft racist te zijn blijven er verschrikkelijk veel gevallen over waarbij wel racisme ervaren werd, maar er geen racisme werd erkend. Ook al zou er in een klein gedeelte van die gevallen werkelijk geen sprake zijn van racistische intenties maar van een misverstand, is de reden dat het wel zo ervaren werd altijd nog dat er heel vaak wel sprake is van racisme.

De wortels van dit racisme liggen in onze koloniale traditie. Racisme is geen natuurverschijnsel, maar een cultureel product. Nederland is een koloniaal land, en onze geschiedenis werkt door in het heden. De gruwelen van de slavernij hadden veel propaganda in de vorm van rassentheorie nodig om zichzelf te legitimeren, want andere mensen in erbarmelijke omstandigheden laten leven en vermoorden is niet iets wat de mens zomaar doet. Om dergelijke terreur tegen de medemens goed te praten is er door zogenaamde wetenschappers met behulp van Darwinistische hiërarchie destijds verzonnen dat zwarte mensen een mindere levensvorm waren dan witte mensen. Deze waanideeën zijn moeilijk aan te leren en blijken nog veel moeilijker af te leren. Dat met het afschaffen van de slavernij dit gedachtegoed ook verdwenen is, en dat we in een gaaf land leven waar we het allemaal goed op orde hebben is iets waar we allemaal graag in willen geloven. Het lijkt mij dan ook geen toeval dat Mark Rutte het predicaat gaaf aan ons land toedicht, wat in de jaren zeventig een synoniem van woorden als tof of cool is gaan betekenen, maar ook “onbeschadigd” en “ongeschonden” betekent. Er is dus een overeenkomst met het woord “blank”, een term waar sommige mensen angstvallig aan vast blijven houden. Met ons is niets mis, wij kennen geen oneffenheden.

We veinzen liever goedheid dan dat we de moeite nemen om echt goed te worden. Want om goed te worden moeten we onder ogen komen hoe slecht we zijn. Dit resulteert erin dat we na het collectieve waanidee van expliciete witte superioriteit nu zijn beland in het collectieve waanidee van “het valt allemaal wel mee” en “iedereen is gelijk”. Onder dit collectieve waanidee sluimert nog steeds het ideaal van onversneden witte superioriteit, omdat we met dit idee nooit hebben afgerekend. Het steekt om die reden dan ook steeds vaker in verschillende vormen de kop op. In appgroepen van de politie waar men zich kennelijk onbespied waande, in Staphorst als expliciet geweld wat zich verschuilt achter het beschermen van een kinderfeest, op de Erasmusbrug als exhibitionisme van een identitaire nazigroepering. We kunnen het nu alleen maar aanwijzen als het zo expliciet aanwezig is, want het collectieve waanidee van redelijkheid en billijkheid zorgt ervoor dat wanneer witte suprematie in beleid omgezet wordt, expliciet zoals in het geval van de Rotterdamwet, impliciet zoals in het geval van preventief fouilleren, begrippen als “redelijkheid, preventie en kansberekening” van stal worden gehaald. Taal is ook een wapen.

Dit heeft ervoor gezorgd dat er een werkelijkheid is ontstaan met een geheel eigen jargon en met geheel eigen regels waarin racisme volop aanwezig is, maar waarin niemand het (h)erkent omdat de woorden die we ervoor gebruiken eufemismen zijn. Deze werkelijkheid is de gecultiveerde grond waarop de monocultuur van extreemrechts welig tiert. Als je het racisme aanwijst dat zich verbergt in het volle zicht, deze ruimte betreedt en de aanwezigheid van dit racisme benoemt word je uitgelachen of uitgescholden. Een van de meest expliciete voorbeelden van hoe racisme zich in de open ruimte heeft verborgen en op sommige plekken nog steeds verbergt, is de racistische karikatuur van zwarte piet. Optimisten menen dat zwarte piet de laatste stuiptrekkingen van onze racistische cultuur belichaamt. Ik ben helaas bang dat het eerder een teken is van een maatschappij die nog steeds doordrenkt is van witte suprematie en dat zwarte piet hier het topje van de witte ijsberg is. Daarom stuit het iconoclasme van zwarte piet ook op zo ontzettend veel verzet. Want als we zwarte piet verliezen, dan verliezen we een tastbaar gedeelte van de witte ijsberg waar we op (denken te) drijven. En als we dan ook nog moeten gaan toegeven dat de klimaatchaos aan het gebeuren is, kan het zo zijn dat de ijsberg smelt en dat wij als witte middenklasse ons alleen maar schijnveilig hadden gesteld van alle rampen in de wereld.

Het geniepige aan zwarte piet is dat het een soort kneuterigheid met zich meebrengt, maar een van de verschijningsvormen van het fascisme is kneuterigheid. Omdat het witte nucleaire gezin in al haar (valse) reinheid en (valse) onschuld het ideaalbeeld van fascisme is wat met racistisch geweld beschermd dient te worden. Dit soort folkloristische esthetiek wordt ook volopgebruikt in de propaganda van het Forum voor Democratie, met als toppunt het Joelfeest wat op hun twitter verscheen, een in origine Paganistisch feest wat in de tweede wereldoorlog door nazi’s gevierd werd. Deze wolf in schaapskleren mobiliseert al decennialang extreemrechts tot racistisch geweld, zoals in Volendam toen een zure eiergooier auditie deed voor de rol van volksheld en toen in Staphorst witte mannen moordaanslagen deden op demonstranten en toezichthouders van Amnesty, maar ook al eerder in de jaren 90 toen “Zwarte piet is zwart verdriet” in het centrum van Amsterdam tegen de knecht van Sinterklaas protesteerde. De lijst is langer.

Hoewel er steeds meer steden zijn waar het compromis van een roetveegpiet het nieuwe normaal is, woon ik in een van die steden waar een zeer hardnekkig Sinterklaas comité tot 2020 nog zorgde voor een intocht waarbij de pieten aan alle karikaturen voldeden. In 2021 beloofde het comité beterschap met de zogenaamde grijze piet die uiteindelijk even racistisch was opgetooid. Laatst nog sprak ik een ouder van twee jonge kinderen die aanwezig was bij deze intocht omdat hij de belofte van het comité geloofd had, maar bij aanblik van de pieten niet wist hoe snel hij weg moest wezen. Het protest van Kick Out Zwarte Piet en een eerder opgezette mailactie hebben er toch voor gezorgd dat dit conservatie comité uit de dienst werd gezet en vanaf toen is de officiële intocht in Breda ook om. Maar natuurlijk is het voor deze identitaire racisten nog niet klaar er werd voor de tweede keer op rij een alternatieve intocht georganiseerd. De eerste keer was toen er helemaal geen intocht plaats mocht vinden in verband met COVID 19 maatregelen, waarmee ze laten zien dat ze aan mensen met een zwak immuunsysteem ook lak hebben en dat op dezelfde provocatieve manier willen uiten als ze hun racisme etaleren. Tijdens deze intocht werd er ook een zwarte kapperszaak vernield terwijl er kinderen in de salon aanwezig waren. Je zou zeggen dat een dergelijke gebeurtenis invloed had op het al dan niet toestaan van een volgende intocht, ook zonder covid maatregelen, maar de gemeente Breda liet de provocateurs gewoon hun gang gaan. In 2022 vond er in dezelfde wijk weer een intocht plaats, met “méér dan honderd zwarte pieten”, en je moet toch echt onder een hunebed geleefd hebben als je niet ziet dat dat een duidelijke racistische provocatie is. 

 Als reactie op deze racistische provocatie heeft een groepje lokale antiracismeactivisten in de wijk waar deze intocht plaatsvond en in het bijzonder bij de bedrijven die deze intocht sponsorden met afwasbare krijtspray de boodschap “zwarte piet is racisme” achtergelaten. Dat een dagblad als Breda Vandaag op de hand van de verbeten conservatievelingen is die de intocht organiseerden blijkt wel uit hun verslaggeving. Zo versloeg het dagblad dat er vandalen aan de slag waren geweest. Het verslag in de krant over de intocht in Tuinzigt repte echter met geen woord over het feit dat dit een intocht was die er duidelijk op uit was op mensen te kwetsen. Er stond alleen: “op andere plekken zijn geen zwarte pieten, hier wel!”, alsof het over de kleur van het pakpapier van de cadeautjes ging.  Het niet benoemen van racisme en het zwart maken van antiracistisch activisme kan gelijk worden gesteld aan propaganda.

Alsof dat niet genoeg was stond er een dag later een artikel op hetzelfde nieuwsmedium waar de organisator van deze intocht werd geportretteerd terwijl hij krokodillentranen huilend met een emmertje sop het schoon stond te maken, als een soort volksheld die het tegen onrechtvaardigheid opneemt, terwijl het over iemand gaat die willens en wetens een intocht heeft georganiseerd die duidelijk een laatste stuiptrekking is van een clubje mensen die koste wat kost aan een racistische traditie vast willen houden. Wat deze man in feite staat te doen is het uitwissen van een protest.

Deze geveinsd naïeve houding van politiek en media is gevaarlijk. Een schoolvoorbeeld op landelijk niveau is de manier waarop er verslag is gedaan van de projectie van nazistische en racistische teksten die tijdens de jaarwisseling werden geprojecteerd op de Erasmusbrug, waar bijna nergens genoemd wordt dat hier de nazistische veertien woorden werden geprojecteerd, de lijfspreuk van de neonazistische beweging the Order, vaak gecombineerd met het getal 88, tweemaal de achtste letter van het alfabet en dus een afkorting van de kreet Heil Hitler. Er was bijna geen nieuwsmedium dat dit expliciteerde. Je zou bijna zeggen dat ze het niet geweten hebben.  Hierdoor strandde de discussie op social media ergens bij de discussie of ‘white lives matter’ al dan niet racistisch is. Dat is het zonder meer, maar met de oorsprong en context van de veertien woorden erbij zou het moeilijker worden voor sympathisanten van de projectiefascisten om hun handen in onschuld te wassen.  Ook werd aan deze mensen in de media gerefereerd als activisten en werd de QR code naar hun telegramkanaal in de krant afgedrukt.

Een dergelijke houding van de media, die weigert om het beestje bij de naam te noemen en in sommige gevallen gewoon reclame maakt voor fascisten is een duidelijk symptoom van ons onvermogen racisme te herkennen zelfs wanneer het voor onze neus staat. Een ander kenmerkend symptoom is de overtuiging dat tussen racisme en antiracisme een redelijk midden te vinden is, alsof het gezonder is om een kleine tumor te hebben in plaats van geen. Dit heeft de zogenaamd vredelievende organisatie SIRE ertoe gebracht om een campagne te beginnen tegen polarisatie, waarbij de twee polen lijken te bestaan uit enerzijds de mening dat iedereen recht heeft op een veilig leven, wat overigens nog ergens in onze grondwet staat, en anderzijds de mening dat rassenvermenging zorgt voor de ondergang van onze beschaving. Hierbij hoort ook de overtuiging dat het normaal is dat er duizenden vluchtelingen per jaar sterven in de middellandse zee en dat het logisch is dat het strafbaar is wanneer je deze mensen probeert te helpen overleven. Als het gesprek uit de hand dreigt te lopen, dus als je vriend of familie termen als vuile gelukszoekers gaat gebruiken kan je een gifje sturen om de lieve vrede te bewaren. Je gaat je dan toch afvragen wat de term beschaving precies inhoudt, en hoe lang het toch geleden is dat we “nooit weer” riepen na de tweede wereldoorlog. Als het over onwrikbare waarden gaat zoals gelijkheid, is het heel goed om géén concessies te doen, zo beschrijft Seada Nourhussen ook in One World op 10 januari 2023

Het wrang-ironische aan het idee dat er een “redelijk midden” bestaat tussen racistisch en niet racistisch, ongelijkheid en gelijkheid is dat het racisme en ongelijkheid faciliteert en antiracisme en gelijkheid dwarsboomt. De rechts-liberale regering die de fragiele zorgstaat bijna volledig heeft afgebroken heeft voor situaties gezorgd die kweekvijver zijn voor (zware) criminaliteit zoals ook Paul Vugts en Wouter Loumans betogen in een artikel in Parool van 15 januari dit jaar. Er wordt door zittende partijen geroepen om hardere straffen terwijl GGZ, jeugdzorg en buurthuizen worden wegbezuinigd. De regering doet niets aan preventie. Er is een lerarentekort maar nog steeds maak je als leraar met een niet westers klinkende achternaam minder kans om aangenomen te worden. Als je al op een functie kunt solliciteren, want ook op de stagemarkt is sprake van discriminatie. Kunnen we in een samenleving die voor de een zoveel meer hindernissen heeft dan voor de ander dan nog over gelijke kansen spreken? Hier doen partijen zoals de SP ook gretig aan mee, zich zogenaamd afzettend tegen “elitair links” (Volkskrant, 19 februari 2022), alsof het een elitaire aangelegenheid is om migranten en minderheden te willen beschermen tegen discriminatie en alle levensbedreigende omstandigheden die door discriminatie worden gecreëerd. Zo gaat het erop lijken dat iedereen (in de politiek en daar buiten) die niet actief bezig is met het beschermen van onderdrukten, of beter nog, het verantwoordelijk houden van onderdrukkers neutraal is. Dat is dus niet waar: naar de befaamde quote van Desmond Tutu indien men neutraal is in situaties van onrecht, heeft men de kant van de onderdrukker gekozen.

Wat men vaak hoort, en wat in onkritische oren waarschijnlijk o zo redelijk klinkt, is dat we altijd in gesprek moeten blijven en naar iedereen moeten luisteren. Dit is ook een populaire mening in centrumlinkse kringen. Zo sprak ik onlangs een politica die voor een centrumlinkse partij in Breda de portefeuille Diversiteit en Inclusie onder haar hoede heeft en ook zij meende, nadat ik had gezegd dat wat mij betreft iedereen welkom was, behalve fascisten, dat je toch écht altijd met iedereen in gesprek moest gaan, en dat het te ver ging om de politici van het Forum voor Democratie in Breda als fascisten te bestempelen. Nadat ik mijn kaak van de grond had opgeraapt beet ik haar toe dat dat in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ook zo goed gelopen is. We hebben linkse partijen nodig die ruggengraat tonen en dat niet alleen door middel van het dwarsbomen van rechts, maar ook door de strijd voor een socialistische (sociale) samenleving die extreemrechts geen voedingsbomen geeft. Een van de middelen daartoe is wanneer het electoraat van dergelijke partijen hen onder druk zet. Omdat de enige partij die een sterk antifascistisch geluid vertegenwoordigt in Nederland, namelijk BIJ1, niet meedoet in de aankomende Provinciale Statenverkiezingen is het erg belangrijk dat we als kiezers zo links mogelijk kiezen en onze politici onder druk zetten om niet alleen op papier, maar ook in hun daden links en sociaal te zijn. Het zal misschien inboeten aan Brabantse gezelligheid, maar die is sowieso een wassen neus als het niet voor iedereen gezellig is.

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.

    *Je e-mailadres is vereist.

    PLATFORM STOP RACISME | 2024
    Op deze site wordt gebruikgemaakt van reCAPTCHA,
    waarop de Google Privacy Policy en Terms of Service van toepassing zijn.
    linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram